dinsdag 26 juli 2011

Concarneau – Vannes

In Concarneau is er veel wind en de regen valt met bakken uit de lucht. We liggen vlakbij het oude centrum en alles ligt op loopafstand. ’s-Ochtends halen we vers brood in de Halle, een overdekte markt waar verse spullen worden verkocht. We kijken vanaf de boot op de muren van Ville Close, een vestingstadje dat enkel via een brug en poort te bereiken is. In de nauwe straatjes krioelt het van de toeristen en we horen regelmatig Nederlands.


 














Na 6 dagen is het weer eindelijk weer opgeklaard en varen we naar Ile de Groix. Onderweg horen we opeens een hele diepe zucht, alsof de lucht ontsnapt uit een bijboot. We kijken allebei gelijk opzij en zien vlak naast ons de rug van een walvisachtige. Hij is minstens zo lang als de boot dus we denken dat het een soort potvis is.
De havenplaats Port Tudy is klein en er is voor ons enkel plaats in de voorhaven waar de veerboten aanleggen. In deze voorhaven liggen een aantal moorings waar je zowel voor als achter aan vast moet maken en waar je me met meerdere schepen aan vast ligt. De havenmeester wijst ons een plekje toe en verdwijnt zodat we zelf maar moeten zien hoe we onze lijnen aan de moorings vastmaken. We maken eerst vast aan de buurboot en daarna pompen we onze bijboot op om de lijnen vast te maken aan de moorings.   












Op Ile de Groix  huren we fietsen, ze zijn hier standaard voorzien van versnellingen wat gezien de steile straatjes geen overbodige luxe is. We fietsen het hele eiland rond en onderweg zien we nog een Menhir. De huisjes zijn eenvoudig maar door de felle kleurtjes zien het er knus uit. De kust is mooi, het binnenland wat minder. We stoppen om de haverklap om op de kaart te kijken, want de bewegwijzering is summier en de kaart onduidelijk. Later blijkt dat de fietspaden ook onverharde weggetjes zijn. Wij zien ze voor voetpaden aan omdat ze zo smal zijn en tussen de hoge varens en struikgewas door gaan.







Met een heerlijk bakstagwindje varen we naar Belle Ile (mooi eiland), we leggen aan in Le Palais. In de voorhaven is nog een plekje voor ons, hier meren we voor aan een mooring en achter met een lijn aan een ketting die bevestigd is aan de stenen golfbreker. Door de vele veerboten die in en uitvaren is het wat onrustig in de haven.


 ‘s-Avonds trakteren we ons zelf op een Pizza en een toetje. Wim neemt een typisch Frans toetje “ Iles Flontantes “  















Belle Ile verkennen we met bus en benenwagen. Met de bus gaan we naar Pointe des Poulains, de noordpunt van het eiland. Hier staat een vuurtoren op een kale ruige landtong. Van hieruit maken we een wandeling langs de kust. Het is een erg mooie wandeling en om de paar stappen verandert het uitzicht. We blijven foto’s maken van de mooie rotspartijen en komen een paar leuke baaitjes en intieme strandjes tegen. Onze wandeling eindigt in Sauzon, een gezellig havenplaatsje met leuke restaurantjes en gekleurde huizen. We eten een crêpe en gaan met de bus weer terug naar Le Palais via een omweg zodat we de rest van het eiland zien. 


Pointe des Poilains



Sauzon


Op ons verlanglijstje staat het bezoek aan Vannes, een oude vestingstad. Vanuit Belle Ile zeilen we door Baie de Quiberon en Golfe du Morbihan. Een schitterend en beschut vaargebied met vele baaitjes, eilandjes en mooie stranden. Vannes is een levendige stad met mooie vakwerkhuizen, smalle straatjes, een kathedraal en vestingmuren. Rond de vestingmuren zijn mooi aangelegde tuinen. Het is Jazz festival aan de haven, we zijn ‘s-avonds moe en vallen onder de Jazz-klanken lekker in slaap.
 
In elke stad is wel een toeristentrreintje